Voorbereiden van een race

Uit SimRace Vereniging Nederland
Ga naar: navigatie, zoeken
Lees ook:
Race evenementen

SimRace Vereniging Nederland groeit en daarmee groeit de diversiteit aan rijders. Sommigen zijn snel en/of ervaren anderen beginnen net en moeten wennen aan deze tak van sport. Dat levert soms wat penibele situaties op tijdens races, wanneer een snellere deelnemer een langzamere tegenkomt. Een dergelijke situatie hoeft echter geen probleem te zijn, ondanks dat het dat vaak wel is. De sleutel ligt in de voorbereiding. Een goed voorbereide coureur kan met veel situaties omgaan, omdat hij zijn auto kent, elke meter van de baan gezien en vaak bereden heeft en zo genoeg routine heeft om adequaat te reageren. Voor de ervarenere rijder is dit artikel een bekend verhaal. Hij doet dit voor elke race en heeft er steeds minder tijd voor nodig. Voor de beginnende coureur is het wellicht wat nieuwer en op die groep is dit artikel voornamelijk gericht. Daarmee sluit ik niet uit dat het ook voor de ervarenere coureur interessant kan het door te lezen.

Voordat we beginnen, gaan we even langs de basisideeën waarop dit artikel is gebaseerd.

1) Veel mensen rijden voor hun plezier, sommigen voor prestige. Als jij je goed voorbereidt, is de kans groter dat je een leuke race hebt en een goed resultaat boekt. Daarnaast is de kans groter dat je het plezier of de resultaten van anderen niet bederft. 2) Alle begin is moeilijk. Dat geldt ook voor simracen. Laat je niet ontmoedigen door de moeilijkheidsgraad van een auto of circuit. Met een goede voorbereiding kun je beide beheersen. 3) Een goede voorbereiding kost tijd; zeker als je net komt kijken. Neem die tijd. Er is weinig zo vervelend als wanneer je er tijdens een race achter komt dat je meer had moeten oefenen, of als je iemand anders tegen komt die meer had moeten oefenen!

Ben je er nog? Mooi! De kleinste stap is alvast gezet. Dan kun je nu beginnen aan het echte werk.

Inhoud

Stap 1 – De auto leren kennen

De auto is de basis; het middel waarmee je jouw doelen bereikt als coureur. Het beheersen van het middel is de eerste stap richting het bereiken van het doel. Je hoeft gelukkig maar één keer te leren rijden om met elke auto uit de voeten te kunnen, al zal de ene auto zich makkelijker laten besturen dan de andere en zal de ene auto je meer bevallen dan de andere. Deze stap neem je alleen de eerste keer dat je met een auto rijdt. Daarna kun je hem over slaan. De eerstvolgende keer dat je een nieuwe auto leert kennen, zul je deze stap weer moeten zetten, maar gelukkig gaat het dan al veel sneller. Mocht je aan een kampioenschap meedoen, dan zet je deze stap ruim voordat het seizoen begint.

Voordat je gaat rijden

Voordat je de auto gaat uitproberen is het altijd even handig om te kijken hoe je stuur instellingen staan. De instellingen van je stuur zijn van invloed op het gedrag van je auto. Standaard kun je prima rijden, maar iedereen heeft zo zijn voorkeur. Schroom niet een beetje te experimenteren met de instellingen zoals rotatie (het aantal graden dat je stuur draait). Afhankelijk van hoe je de rotatie van je stuur staat moet je in het spel de steering lock (stuuruitslag) aanpassen. Ook dit is persoonlijk. Je kunt het testen door gewoon even een stukje te rijden en wat bochten te maken. Hoe groter de waarde, hoe kleiner de draaicirkel Zet je steering lock zo dat het sturen vertrouwd voelt. Later zul je de waarde waarschijnlijk weer aanpassen, maar voor nu gaat het om een vertrouwd gevoel.

Kies een circuit uit met verschillende soorten bochten erin. Je kunt hierbij denken aan circuits als Silverstone.

Je hoeft, buiten de steering lock om (die je zojuist hebt aangepast), niets te veranderen aan de setup (afstelling) van de auto. Dat komt later pas. Wél raad ik aan de driving aids (rijhulpmiddelen) uit te zetten. Rijhulpmiddelen verzachten het karakter van de auto en verbergen bepaalde eigenschappen waar jij je juist bewust van wilt wezen als je straks aan het racen slaat. Dit hoeft echter niet wanneer je met auto’s gaat oefenen waar deze hulpmiddelen standaard bij horen (prototypes hebben bijvoorbeeld traction control). Het is zonde om tijd te verspillen aan het leren hanteren van een auto zonder hulpmiddelen als hij niet gemaakt is om zonder deze technische hulpjes te rijden. Tevens raad ik het aan de auto clutch (automatische koppeling) aan te zetten, zodat de motor niet telkens afslaat als je stil staat. Voor diegenen die nog niet vertrouwd zijn met handmatig schakelen raad ik aan ook de automatic gear (automatische versnelling) aan te zetten, zodat je de focus kan leggen bij het rijden

De eerste testsessie

Tijd om de auto van stal te halen voor de eerste serieuze kennismaking, Denk erom: het doel is de auto te leren kennen. Het gaat dus nog niet zozeer om het circuit of een snel rondje. Je bent er slechts op uit om erachter te komen hoe de auto reageert op gas geven, remmen en sturen en om daaraan te wennen. Vaak moet een auto even warm worden en zo ook de banden. Rijd daarom eerst even een rustig rondje waarbij je lichtjes heen en weer slingert om de temperatuur in de banden te krijgen. Dit geeft je tevens de gelegenheid om de bochten van het circuit te zien en te controleren of je stuurinstellingen goed werken.

---

TIP: “Gently does it!” – Als je gaat rijden, probeer dan altijd soepel te rijden. Niet je stuur hard omtrekken, maar hem rustig omdraaien; niet op de pedalen stampen, maar ze rustig induwen. Je auto zal zo veel meer in balans blijven en dat betekent minder spins.

---

Als je opwarmronde erop zit, kunnen we bezig gaan met remmen en gas geven. Zoek even een recht stuk op waar je een paar seconde lang kunt optrekken. Maak vaart en begin ruim voor de bocht met remmen. Doe dit rustig en houd je stuur recht. Raak je rem eerst zacht aan en duw hem geleidelijk aan steeds verder in tot op het punt waar je voorbanden beginnen te blokkeren. Je merkt dit doordat de auto rechtdoor glijdt en doordat de banden beginnen te piepen en roken. Als dit gebeurt rem je te hard. Als dit niet gebeurt rem je te zacht of net hard genoeg. Herhaal dit een paar keer om uit te vinden hoe hard je kunt remmen. Je wilt zo hard mogelijk remmen, zonder de banden te blokkeren. Denk erom dat je altijd in een rechte lijn remt. Je remt dan het snelst af en hoeft dus minder lang op de remmen te staan. Hoe minder tijd je steekt in afremmen, hoe meer tijd je overhoudt om gas te geven en des te sneller is je rondetijd. Soms zul je moeten sturen en remmen tegelijkertijd. Onthoud dat hoe harder je remt, hoe minder je kunt sturen en andersom, hoe harder je instuurt hoe zachter je maar kunt remmen.

---

TIP: Het kan helpen om een klein beetje gas te geven tijdens het remmen. Daardoor stabiliseert je auto, rem je harder en is het makkelijker om de overgang te maken van remmen naar gas geven. Pas wel op dat je niet te hard op je gaspedaal gaat staan, want anders ga je alsnog rechtdoor.

---

Nu je het remmen beheerst, kan je gaan gas geven. Iedereen kan hard rijden op een recht stuk. De kunst is om het ook te doen in een bocht. Het lastigste gedeelte om is om zo vroeg mogelijk in de bocht al op het gas te gaan en er zo hard uit te komen. Daar is veel tijd te winnen. Zoek een paar langzame bochten op en rem ze aan zoals je net hebt geoefend. Stuur in en ga zo vroeg en hard mogelijk op het gas zonder uit de bocht te vliegen en zonder de auto te spinnen. Begin rustig aan. De eerste keer wacht je tot de auto stabiel aanvoelt en raak je het gaspedaal lichtjes aan, waarna je hem steeds verder indrukt. Probeer ook hier weer steeds meer gas te geven en steeds sneller je pedaal in te drukken, maar verlies nooit de auto.

---

TIP: Geef altijd gas in een vloeiende beweging, Probeer zonder onderbreking van zacht naar hard indrukken te gaan, dus zonder het pedaal weer los te laten tussendoor.

---

Als het goed is heb je nu een redelijk idee van hoe de auto zich gedraagt en waar de limiet ongeveer ligt. Denk eraan dat de auto per baan net iets anders kan aanvoelen, naar gelang de baan meer of minder grip heeft en hobbelig of vlak is. Echter, de auto verandert niet, dus alles wat je aan kennis hebt opgedaan, heb je alvast als bagage voor later.

Deze voorbereiding hoef je dus slechts één keer per auto te doen, ervan uitgaande dat je het niet verleert.

Stap 2 – Het circuit leren kennen

Nu je de auto kent, ga je het circuit tackelen. Deze routine moet je voor elke race weer doen, ook als je al eerder op het circuit hebt gereden. Per auto voelt een circuit weer iets anders aan: de rempunten liggen anders en soms de ideale lijn ook. Mocht het circuit al kennen met een andere auto, dan is het toch aan te raden om nog even snel hier doorheen te lopen. Ik ga er hier vanuit dat je het circuit nog niet kent. Bij het leren kennen van het circuit ga je op zoek naar de ideale (lees: snelste) racelijn en de balans tussen remmen en accelereren in elke bocht, opdat je in elke bocht zo laat mogelijk kan remmen en, het allerbelangrijkste, zo vroeg mogelijk weer op het gaspedaal kunt.

De eerste rondjes en de ideale lijn

Lees voordat je de baan op gaat even het kopje ‘Het klaarmaken van de auto voor het circuit´ in Stap 3 en volg de instructies. Vertrek met een volle tank. Tijdens de eerste paar rondjes warm je de banden op en kijk hoe het circuit loopt. Probeer voorzichtig aan wat gas te geven en met snelheid door de bochten te rijden om te kijken hoe de auto zich gedraagt. Mocht je de steering lock nog willen aanpassen, doe dat dan gelijk, zodat je later geen vertekend beeld krijgt van je auto door een verkeerde basisinstelling.

Probeer alvast uit te vogelen hoe de ideale lijn loopt. rFactor helpt je hierbij al een beetje doordat er een donker spoor loopt in de bochten waar de ideale lijn ongeveer ligt. Deze lijn is echter te breed om precies aan te geven waar je moet rijden en geeft niet helemaal duidelijk aan waar je moet remmen. Daar moet je zelf achterkomen. De cruciale punten op het circuit zijn de apexen. De apex is het punt in de bocht waar de ideale lijn de binnenkant van de bocht raakt. In elke bocht moet je dat punt aanraken met de auto. Tijdens een rondje rijd je van apex naar apex. Het is je doel zo snel mogelijk op te trekken na een apex en zo laat mogelijk te remmen voor de volgende, zonder het jezelf moeilijk te maken weer snel op te trekken richting de volgende apex. De lijn die je neemt door de bocht begint aan de buitenkant bij het benaderen van de bocht, vervolgens stuur je de bocht in richting de apex. Zodra je die ‘aangetikt’ hebt, stuur je weer terug om weer aan de buitenkant uit te komen. Zo rijd je de kortste route met de grootste draaicirkel: de minste afstand op de hoogste snelheid. Dit is de meest efficiënte route; de ideale lijn.

Rempunten zoeken

Als je hebt uitgevogeld hoe de ideale lijn ongeveer loopt, kun je opzoek gaan naar de rempunten. Denk er hierbij om dat je zo snel mogelijk de bocht uit wil; liever dan snel de bocht in. Het is beter iets vroeger te remmen en vroeg op het gas te kunnen, dan later te remmen en dan ook later op het gas te kunnen. De volgorde van handelen bij een bocht is als volgt:

  1. Remmen en eventueel terugschakelen vóór de bocht.
  2. Liften en insturen vóór de apex.
  3. Accelereren, terugsturen en eventueel opschakelen ná de apex.

Je hebt tijdens het wennen aan de auto de remmen al uitgeprobeerd en tijdens je verkenningsrondjes op het circuit al uitgevonden voor welke bochten je dient te remmen en voor welke niet. Nu is het tijd om die twee dingen te combineren en te verfijnen. Elke bocht is uniek en dient anders genomen en dus anders aangeremd te worden. Ik kan je daarom alleen de basis geven en van daaruit moet je die toepassen op de bochten die je krijgt voorgeschoteld. Je zult eigenlijk in elke bocht net iets anders omgaan met de aanwijzingen die hier worden gegeven.

Om te beginnen rem je een bocht in een rechte lijn aan. Je wielen houden dan het meeste grip en je auto blijft het stabielst, waardoor je remweg en remtijd zo kort mogelijk zijn. Je weet uit eerdere sessies al hoever je hierin kunt. Tijdens het remmen schakel je ook terug naar de versnelling waarin je de bocht wilt nemen (als je op de automaat rijdt doe je AI dit voor je). Verdeel het terugschakelen gelijkmatig over de gehele remweg. Door terug te schakelen, remt de auto af op de motor, waardoor je nog harder afremt. Ook hierin moet je de balans vinden. Schakel je te snel terug dan slaat het differentieel vast en klapt je auto om; doe je het te langzaam dan loop je waardevolle remkracht mis, waardoor je de bocht zal missen. Als je voor de laatste keer terugschakelt, laat je rustig (lees: geleidelijk) de rem los en stuur je in. Je laat dan de auto de bocht inrollen zonder te remmen en zonder gas te geven. Als je bij de apex bent aanbeland kun je weer rustig aan gas gaan geven. Een ronde later probeer je hetzelfde weer, maar nu rem je later. Probeer wederom zonder ‘lock-ups’ aan te remmen, maar tevens zonder verlies van acceleratie de bocht uit te komen. Je concentreert je dus op zo laat mogelijk en zo effectief mogelijk remmen; nog niet op de acceleratie. Ga door totdat je op de limiet zit van jouw kunnen.

Accelereren

Als je de limiet hebt gevonden bij het remmen, richt je de concentratie op het accelereren. Je remt de bochten aan zoals je net hebt uitgevonden, maar nu probeer je steeds vroeger en steeds sneller op het gas te gaan. Het kan zo zijn dat je om nóg vroeger te accelereren in een bocht iets vroeger moet beginnen met remmen vóór de bocht. Doe dit. Het allerbelangrijkste is dat je snel de bocht uitkomt. Als jij harder dan je tegenstander de bocht uitkomt, zal hij meer moeite hebben je in te halen bij de volgende bocht. Probeer tijdens het accelereren zoveel mogelijk je stuur recht te houden. Net als bij remmen geld dat accelereren in een rechte lijn effectiever en makkelijker is dan in een kromme lijn. Ook hier geldt dat hoe meer je stuurt, hoe minder je kunt gas geven. Geef je teveel gas, dan is de kans groot dat je achterwielen grip verliezen en dat je spint. Ga dus eerst rustig op je gaspedaal staan en druk hem geleidelijk aan verder in.

---

TIP: Als je moeite hebt met een soepele overgang van afremmen naar accelereren kan het aan te raden zijn om tijdens het inrollen van de bocht, of zelfs tijdens het afremmen een klein teentje gas te geven: zo heb je de voet al bij het gaspedaal en kun je soepel overgaan op het accelereren.

---

Routine

Je hebt de ideale lijn gevonden; de beste rempunten en de beste acceleratiepunten. Je bent dus in staat om jouw ‘perfecte’ rondje te rijden, in theorie. Echter, voordat het zover is heb je nog heel wat oefening nodig. Je wilt het perfecte rondje namelijk op commando kunnen rijden, sterker nog, je wilt er in de race elke ronde weer in de buurt zitten. Om dat voor elkaar te krijgen, heb je routine nodig. Routine krijg je alleen door veel rondjes te rijden: héél veel rondjes. Voor sommigen is dat saai, voor anderen is het een uitdaging. Hoe dan ook, het is bittere noodzaak. Zonder routine is de kans groot dat je gedurende de race veel tijd verliest op je concurrenten, omdat je foutjes maakt in een poging optimaal te rijden, of omdat je gewoon niet in staat ben je concentratie er lang genoeg bij te houden en dan niet meer laat kan remmen en vroeg kan accelereren. Voorkom dit door rondjes te rijden. Probeer bijvoorbeeld een keer een volledige race afstand af te leggen zonder onderbreking. Je komt er dan achter wanneer je snel bent en wanneer je verzwakt. Dit is een belangrijk onderdeel van je voorbereiding. Door dit te doen, toon je jezelf dat je in staat bent een race te kunnen rijden en te kunnen finishen.

---

TIP: Vergeet niet de pitstraat mee te nemen tijdens het oefenen. Je kunt nog zo snel zijn op baan, als je de pitstraat niet goed kent, verlies je alsnog veel tijd tijdens je pistop. Dat is zonde.

---

Stap 3 – De auto afstellen

Voor sommigen is het tasten in het donker; voor anderen is het een ‘walk in the park’. Voor sommigen is het de sleutel tot succes; anderen claimen het niet nodig te hebben. Over het belang van een goede setup (afstelling) wordt veel gediscussieerd. Iedereen die ermee te maken krijgt, heeft er wel een menig over. Ik dus ook. Wat ik hier over het afstellen van de auto schrijf, is dan ook heel nadrukkelijk mijn interpretatie en zeker geen wetmatigheid. Je zult vanzelf zien of je het met mij eens bent of niet naarmate je er handiger in wordt. Naar mijn idee worden setups vaker overschat dan onderschat. Veel beginnende en iets gevorderde coureurs denken dat via een goede afstelling hun rondetijden drastisch zullen verbeteren. Sommigen denken zelfs dat hun raceauto niet bestuurd kan worden zonder goede afstelling. Ik denk dat deze beweringen onzin zijn. Daarom heb ik er in dit artikel nadrukkelijk voor gekozen om de afstelling van de auto te bewaren voor later. Beheers eerst de auto en het circuit en ga daarna pas werken aan de afstelling. Daarmee wil ik overigens niet zeggen dat een goede afstelling niet belangrijk is. Ik hecht er altijd waarde aan de auto te kunnen afstellen naar mijn smaak.

Voordat je verder gaat, moet je beseffen dat een goede afstelling een afstelling is die is aangepast aan jou en jouw rijstijl. Dat betekent dat de optimale afstelling per coureur verschilt. Je hoort vaak iemand vragen: “Heeft iemand nog een goede setup voor mij?”. Die personen hebben het niet helemaal begrepen. Immers, een afstelling die werkt bij jou, hoeft niet per definitie goed te werken bij een ander. Dat betekent overigens niet dat je geen setups meer met elkaar moet uitwisselen. In tegendeel, door veel setups uit te proberen kun je veel leren over het afstellen van je auto. Verzamel dus lekker de setups, probeer ze uit en probeer te ontdekken welke specifieke afstellingen passen bij jouw rijstijl.

Het nut van afstellen

Wat kun je nu eigenlijk bereiken met het afstellen van de auto? Met het afstellen van de auto kun je de auto klaarmaken voor het circuit en de omstandigheden en daarnaast kun je het rijdgedrag van de auto aanpassen aan jouw rijstijl. Het eerste is een basishandeling die iedereen kan doen zodra hij voor het eerst de baan opgaat. Het laatste is het verfijnen van de auto. Dat kun je pas doen als je de voorgaande twee stappen (auto en circuit leren kennen) hebt uitgevoerd. Door de auto goed af te stellen kun je de limiet die je al eerder hebt bereikt iets verschuiven, waardoor je per ronde een paar tienden van een seconde (en soms iets meer) sneller kunt rijden. Dit werkt alleen als je weet wat je aan het doen bent. Niet elke aanpassing is een succes. Je auto kan er beter van gaan rijden, maar ook slechter.

Het klaarmaken van de auto voor het circuit

Deze aanpassingen kun je doen tijdens, of bij aanvang van, Stap 2. Ik raad je aan dat ook te doen. Het zijn relatief simpele aanpassingen. Gears (versnellingen): Kijk naar de waarden, maar vooral naar het grafiekje dat erbij staat. Stel de eerste versnelling zo in dat je er vlot mee weg kan bij de start. Dat wil zeggen dat je vrij snel al op de begrenzer zit bij het accelereren. Zorg er tevens voor dat je laatste versnelling aan het einde van het rechte stuk net niet in de begrenzer loopt. Als je dit gedaan hebt kun je de versnellingen daartussen gelijkmatig afstellen zodat de ruimte tussen de pieken in de grafiek telkens ongeveer even groot is. Rev Limiter (Toerenbegrenzing): Door het aanpassen van de toerenbegrenzer kun je nog wat extra toeren en PK’s uit de auto halen. Vooral tijdens de kwalificatie wil je meer toeren draaien. Pas wel op dat je de motor niet oververhit. Het afstellen van de toerenbegrenzer heeft ook weer effect op je versnellingen, dus die moeten wellicht weer een tandje bijgesteld worden nadat je de toerenbegrenzer hebt afgesteld.

Radiator Opening (Radiateur): Dit zorgt voor de koeling van de motor. Je wilt een zo klein mogelijke opening (lage waarde) hebben ten behoeve van de aerodynamica van de auto. Echter zorg ervoor dat de motor niet oververhit raakt. Een te kleine opening kan na een paar ronden het einde van je race betekenen. Je kunt dit bekijken via het LCD-scherm in de cockpit of via de ‘Extra Info’ display in rFactor. Let erop dat je bij warme omstandigheden de radiateur verder open zet dat normaal. Brake Duct (Remkoeling): Hier geldt hetzelfde als bij de radiateur. Een zo klein mogelijke opening, zonder oververhitting. De remmen moeten tussen de 300 en 600 graden Celsius blijven voor een optimale prestatie. Ook dit kun je bekijken via het LCD-scherm in de cockpit of via de ‘Extra Info’ display in rFactor.

Het afstellen van het rijgedrag

Dit is het moeilijke gedeelte en tevens ook het gedeelte waar het verschil wordt gemaakt tussen de coureurs die al op de limiet zitten. Afhankelijk van met welke auto je rijdt zijn er veel of weinig opties om de auto af te stellen. Hoe meer opties er vrij zijn, hoe ingewikkelder het verhaal wordt. Het is dan ook aan te raden om structureel te werk te gaan. Dit betekent dat je telkens één waarde aanpast en dan de baan opgaat om het uit te proberen. Je rijdt dan tien tot twintig ronden om te kijken hoe de auto zich gedraagt na deze aanpassing. Alweer rondjes rijden? Ja, alweer rondjes rijden. En veel! Verander nooit meerdere dingen tegelijk als je zeker wilt weten wat er voor je werkt en wat niet. Het kan zomaar zijn dat de ene aanpassing jouw auto verbeterd en de andere de auto verslechterd en dat wanneer je ze dan tegelijkertijd aanpast, je geen verschil merkt. Dat is natuurlijk zonde.

---

TIP: Laat je niet overweldigen door de zee van aanpassingen die gemaakt kunnen worden. Bekijk en probeer ze één voor één. De minst ingewikkelde opties hebben vaak de grootste invloed op het rijgedrag van de auto en de rondetijden (bijvoorbeeld: de voor- en achtervleugel).

---

TIP: Verander geen dingen waarvan je niet weet of begrijpt wat ze doen. De kans is groot dat je iets anders verandert dan je denkt te veranderen. Dat kan nadelig zijn voor de auto. Vind eerst uit waar het onderdeel toe dient en welke effecten het moet hebben. Probeer het daarna uit.

---

Het is aan te raden om per race meerdere afstellingen te maken. Tijdens de kwalificatie wil je waarschijnlijk een auto die meer toeren draait, wellicht iets meer van de motor en banden vraagt en zo licht mogelijk is. Tijdens een race wil je een zuinige auto die de banden spaart en geen technische problemen krijgt. Het is dan handig om voor beide sessies een aparte afstelling te hebben, al kunnen ze in de basis nog steeds hetzelfde zijn. Mocht er kans zijn op regen dan is het aan te raden in de regen te testen en daar ook weer een aparte afstelling voor te maken. Een auto gedraagt zich heel anders op het natte dan op het droge. Eigenlijk moet je de baan opnieuw leren kennen als het regent.

Stap 4 – De laatste voorbereidingen

Je kent de auto, kent de baan en hebt de auto optimaal afgesteld. Je bent klaar om te racen! Nou ja, bijna dan. Eerst moet je nog even de strategie bepalen. Het is belangrijk om hierover te hebben nagedacht voordat je aan de start verschijnt, zeker als je een pitstop moet maken.

Banden

Als er verschillende typen banden beschikbaar zijn is het altijd de moeite waard te kijken welke je voor een race wilt gebruiken. Zachte banden geven vaak meer grip, maar slijten ook sneller. Harde banden gaan langer mee, maar geven minder grip en dus minder bochtensnelheid. Tijdens een kwalificatie ga je vrijwel altijd voor de zachtste band: slijtage is dan toch geen probleem. In de race hangt het af van hoe hard de band slijt. Kun jij een hele race op een zachte band rijden, zonder veel tijd te verliezen, dan kies je daarvoor. Echter, moet je met een zachte band een pitstop maken, dan kan de harde band een betere optie zijn. Zelfs als je op de harde band langzamer bent, kun je alsnog sneller zijn dan iemand die tijd verliest door een pitstop te maken. Ook dit moet je uitproberen door te testen en te vergelijken. De bandenkeuze kan cruciaal zijn. Er zijn al vaak genoeg coureurs gestrand aan het einde van een race omdat hun banden het niet volhielden.

Denk eraan dat de strategie van de banden samenhangt met die van de brandstof. Als je toch al moet stoppen om bij te tanken, dan kost het verwisselen van banden al veel minder extra tijd. Zo kan het ineens wél de moeite waard zijn om toch nog even nieuw rubber te monteren, waar dat eerder niet zo was.

Brandstof

Eveneens belangrijk. Elke liter die je teveel meeneemt kost je in principe tijd. Een zwaardere auto is vaak langzamer en heeft vaak meer bandenslijtage. Elke liter te weinig zorgt ervoor dat je een keer extra naar binnen moet en dat kost veel tijd. Het is dus van belang dat weet hoeveel brandstof je bij je moet hebben. Om daar achter te komen moet je eerste bereken wat het verbruik is. Er zijn verschillende handige programmaatjes voor, maar je kunt het natuurlijk ook zelf doen. Stop 20 liter in je auto en rijd totdat de tank leeg is. Kijk dan hoeveel rondjes je hebt afgemaakt en deel de verbruikte brandstof door het aantal rondjes. Daar heb je het verbruik per rondje. Reken daarna uit hoeveel rondjes te gaat rijden. Vergeet niet de opwarmronde mee te rekenen en neem voor de zekerheid nog een ronde extra brandstof mee. Zo zit je altijd veilig. Als je weet hoeveel brandstof je nodig hebt tijdens de race kun je de strategie bepalen.

Strategie

Ga je voor veel verbruik, veel slijtage en pitstops, of rijd je zuinig en probeer je de pitstop te vermijden? Zoals gezegd: je moet uitvinden wat het meest effectief is. Ook dit verschilt per coureur. De ene coureur kan niet zuinig rijden, dan ander wel. Hoe dan ook, kijk wat je nodig hebt tijdens een race. Wellicht kun je met een lichte auto en zachte banden genoeg tijd winnen om jezelf een pitstop te kunnen permitteren; wellicht is het beter om buiten te blijven. Bedenk voor een race wat je wilt gaan doen, gebaseerd op je eigen tests, en houd je aan het plan. Echter, zorg ervoor dat je genoeg informatie voor handen hebt om de plannen te kunnen veranderen. Wellicht loop je vroeg in de race schade op die je gelijk wilt repareren. In dat geval kan het handig zijn direct je geplande pistop uit te voeren en dus de plannen en de strategie te veranderen. Je moet dan uit kunnen rekenen hoeveel brandstof er nog bij moet en je moet kunnen bepalen welke banden er onder moeten.

Er zijn veel dingen om te overwegen, maar als je het werk van te voren doet, kun je tijdens de race de focus leggen op hard rijden. En dat is waar het uiteindelijk omgaat.

---

TIP: Je kunt in het setupmenu van rFactor al voor de race bepalen hoeveel pitstop je gaat maken en hoeveel brandstof er in de auto zit als je wegrijdt uit de pits. Dit is handig, want je hoeft dan tijdens de race alleen nog maar de pitstop aan te vragen en dan worden direct de geplande waarden toegepast.

---

Dat was ‘em. Je bent erdoorheen. Tijd om het asfalt op te zoeken. Veel succes!

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Hulpmiddelen